Interviews
De wederopstanding van house: Kristian de Leeuw

De wederopstanding van house: Kristian de Leeuw

Interview Vers Beton

Read more

 

Tara Lewis
Foto’s: Loes van Duijvendijk

Serie interviews over de uitgaansscene

Rotterdam had in de jaren negentig een legendarische uitgaansscene. Maar inmiddels is er een jongere generatie die weer opgroeit met house. Hoe is dat gekomen? Tara Lewis vroeg het de hoofdrolspelers uit de Rotterdamse uitgaansscene. Vandaag: Kristian de Leeuw.

Parkzicht stond aan de geboorte van gabber en Now&Wow was jarenlang dé club voor housemuziek. Maar tussen 2001-2010 sloot het gros van de Rotterdamse clubs, vaak noodgedwongen, hun deuren. Een combinatie van wanbeleid, faillissementen en economische crisis betekende het einde van de legendarische Rotterdamse uitgaansscène. De doodsteek was het faillissement van club Watt, in 2010 nog geen twee jaar na de opening en vier jaar na het faillissement van voorganger Nighttown. Dankzij clubs als BAR, Trash en voorheen Perron, Bahn en Hoboken ontstaat weer een écht uitgaansleven in Rotterdam.

Kristian de Leeuw: “Als je ziet dat er tegelijk een serieuze clubavond is bij Bird, Transport en Bar, met alle drie kwaliteitsprogrammering, die naast elkaar kunnen bestaan, zie ik dat als een teken dat het goed gaat. Vijf jaar geleden kon je naar Rotown of Off Corso, waar misschien wel gezellige muziek was, maar daar had je geen serieuze programmering.”

krisdeleeuw_lvd_9Perron was volgens Kris het beste voorbeeld dat Rotterdam weer begon te leven. “Dat is iets waar we met zijn allen heel erg trots op waren. Een donker Rave-hol, opgezet door iemand van onze leeftijd. Niet door bolwerken en instituten die er al veel te lang zaten en weinig binding hadden met wat wij op dat moment wilden, zoals Rotown, Vibes, Off Corso en Watt.”
“Perron was voor ons een voorbeeld van ‘Fuck it, je kunt het ook zelf doen’, je hoeft geen zak geld te hebben om iets op te zetten. De oude BAR is met duizend euro en veel hulp van andere horecazaken en vrienden opgezet. Voor Biergarten geldt dat ook. Mensen van begin 30 die met minimale middelen iets opzetten, dat kon doorgroeien tot iets heel groots. Wij zijn de trekkers van de stad geworden.”

“Mensen van begin 30 die met minimale middelen iets opzetten. Wij zijn trekkers van de stad geworden.”

BAR bestaat inmiddels ruim vijf jaar. De eerste twee jaar op de Kruiskade, om daarna naar hun huidige locatie in het Schieblock te verhuizen. “Precies in die periode is er een hoop veranderd in Rotterdam en een hoop bijgekomen.” Kris ontmoette zijn compagnon Jetti Steffers in het hostel waar ze allebei werkten. “Toen nog het enige hostel in de stad. We vonden dat er qua uitgaan helemaal niks te doen was. Ja, naar Vibes, maar dat zie ik toch meer als een dorpsdiscotheek. In plaats van erover te zeiken, zoals iedereen, besloten we om zelf feestjes te gaan organiseren. Zo ontstond het idee voor BAR, een tijdelijke horecalocatie waar ook DJ’s konden draaien.”

krisdeleeuw_lvd_5Vastgoedeigenaren stonden niet te springen om horeca in leegstaande panden te faciliteren. “Gelukkig zei Woonstad: doe maar. Het zou voor vier maanden zijn, maar het werd twee jaar waarin ieder weekend afgeladen vol was. Dankzij die verdiensten en populariteit hebben we de tweede BAR kunnen opzetten, wat meer een echte club is.”

Het gaat goed, maar Rotterdam is er volgens Kris nog lang niet. “We moeten ontzettend ons best doen om mensen naar de ‘iets meer moeilijke’ programmering te krijgen. Dat komt omdat er nog te weinig van die doelgroep is. Als je de programma’s van BAR, Bird of Transport in Amsterdam neerzet is het uitverkocht. Hier moet je keihard knokken om een paar honderd man binnen te krijgen. De spoeling hier is heel dun. En juist daar zijn dit soort plekken belangrijk voor.”
“Ik wil dat iemand die 20 is, creatief en ambitieus is naar Rotterdam komt en niet automatisch naar Amsterdam gaat. Berlijn is daar het beste voorbeeld van: een stad die er 20 jaar geleden slecht voorstond maar dankzij de komst van creatieven weer is gaan leven. Vanuit de stad wordt weinig gedaan om jonge creatieve mensen hier naartoe te krijgen en te houden. Een levendig nachtleven is daar heel belangrijk voor.”

Generatie Vibes
Kan het zijn dat de generatie die opgroeide na het sluiten van WATT, veroordeeld was tot de Vibes en daardoor niet te porren is voor ‘hoogdrempelige muziek’? Als ik voor mezelf spreek zeg ik: ja. Ik was te jong voor Now & Wow en tegen de tijd dat Perron openging was ik compleet in het reine met mijn muzieksmaak die nog de meeste overeenkomsten heeft met ‘Het Foute Uur’ op Q-Music. Ik leg het aan Kris voor.
Kris: “Dat is zeker zo. We hebben nu een paar keer de DJ ‘Young Marco’ hier gehad. Dat wordt steeds drukker en de laatste keren zie ik jonge gastjes vooraan staan die kijken hoe en wat hij draait. Op dit moment komt er te weinig talent uit Rotterdam zelf. Dat verandert hopelijk door dit soort plekken waar ze geïnspireerd raken. Toen jij en ik tien jaar geleden uitgingen was Rotterdam gewoon niet cool. Maar daarna kwam de opening van een aantal belangrijke gebouwen, leuke hippe zaken, zowel dag- als nachthoreca. Alles tezamen is er nu een beeld ontstaan van Rotterdam als coole stad. Dat hebben ze bij citymarketing goed en slim gedaan. Je kunt er wat kanttekeningen bij plaatsen maar het is leuk om te zien wat hier gebeurt en dat we trots zijn op onze stad. Daar hebben wij hopelijk aan bijgedragen en daar doen we nog steeds ons best voor. Wij vinden dat er een belangrijke taak voor BAR is weggelegd om ons publiek mee te nemen op een muzikale reis. We willen het hen en onszelf niet te makkelijk maken.”

“Ik wil dat iemand die 20 is, creatief en ambitieus is naar Rotterdam komt. Een levendig nachtleven is daar belangrijk voor”

Crimineel
Maar er ontbreekt nog meer volgens Kris. “Er zouden meer goede housefestivals mogen komen. Blijdorp is een van de leukste festivals die we nu hebben, Nino & Frankie doen echt hun best om er elk jaar meer van te maken. Het zou mooi zijn als we meer dingen hebben waarmee we publiek van buiten de stad trekken. Ik hoop dat Rotterdam ooit weer een stad wordt die qua elektronische muziek echt op de kaart staat.
Wat betreft gemeentelijke infrastructuur kan ook nog wel wat verbeterd worden. “Het wordt je soms zo moeilijk gemaakt dat ik het gevoel krijg dat ik een crimineel ben, dat ik iets heel fouts aan het doen ben. Terwijl de stad volgens mij heel blij moet zijn dat er mensen zijn als wij die hele grote risico’s nemen en keihard werken. Daar mag wel meer waardering voor komen. In Rotterdam hebben we één horeca-coördinator, die goed werk doet, maar voor de hele stad is dat best weinig.”
Volgens Kris zou Rotterdam een slag kunnen maken door de leegstand in de stad beter te benutten. “Een paar jaar geleden was er een voorstel voor een vergunning die het mogelijk maakte om panden zonder horecabestemming als tijdelijke locatie te exploiteren. Daar heeft één horeca-ondernemer zich zo sterk tegen verzet dat het niet is doorgegaan. Zo zie je maar dat het niet altijd aan de gemeente ligt.”

krisdeleeuw_lvd_15Uniek aan uitgaan in Rotterdam is het publiek. “Als je alleen maar gokt op een blank en hoogopgeleid publiek zoals clubs in Amsterdam ga je het hier niet redden. Juist die mix van mensen maakt het zo oprecht en tof. Dat is ook de feedback die we van DJ’s krijgen, die vinden het fantastisch om in Rotterdam te draaien.” Misschien moet ik dus oppassen met roepen dat we meer jonge creatieven moeten aantrekken, omdat het juist zoals het nu is, veel interessanter is, zoals een stad hoort te zijn.”

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Interviews
HET ROTTERDAMSE KONINKRIJK VAN JETTI STEFFERS

HET ROTTERDAMSE KONINKRIJK VAN JETTI STEFFERS

Interview DJ Broadcast

Read more

Melisa Cenik | 16 december 2015

HET ROTTERDAMSE KONINKRIJK VAN JETTI STEFFERS

”Je moet het allemaal niet zo serieus nemen,” zegt Jetti Steffers (30) lachend als we na het interview een sigaret opsteken en rode wijn drinken. Ze vertelt me hoe ze op bonte avonden weleens halfnaakt op de booth stond te dansen. Die speelse en nuchtere mentaliteit is wat de jonge Steffers tekent, hetzelfde geldt voor de club die zij samen met Kristian de Leeuw runt en waar ze de laatste maanden een opvallend sterke programmering weet neer te zetten: BAR.

Wie wel eens een gesprek heeft aangeknoopt met een Rotterdammer die het nachtleven een warm hart toedraagt, heeft ongetwijfeld de naam van Steffers horen vallen. Zo noemde Sil Vermandere (Gustav Goodstuff) haar liefkozend ‘de koningin van Rotterdam’ en maakte Patrick Marsman (labelbaas Pinkman Records, Charlois en voormalig programmeur van BAR) ons al eens duidelijk dat hij de stad nooit heeft verlaten vanwege haar aanwezigheid. Maar het zal niet de laatste keer zijn dat er lovende woorden zullen vallen over de eigenaresse en programmeur van BAR —  al jaren is ze samen met haar zakenpartner een vaste waarde in het Rotterdamse nachtleven. En dat is niet voor niets.

Die middag kom ik het pand binnen lopen met fotograaf Boris Bunnik (ook bekend als dj en producer Conforce). We drinken een bak koffie en worden vervolgens begeleid naar de kelder van de Rotterdamse club. BAR is vanmiddag afgehuurd voor een conferentie (‘het is hier echt een teringzooi’), beneden bevindt zich het kantoor. In die kelder treffen we Steffers aan achter haar laptop, gekleed in een pied-de-poule jurk, rode sneakers, haar blonde lokken nonchalant over de schouders gedrapeerd. Wanneer ik vraag of we van te voren foto’s kunnen schieten, vertrekt haar gezicht van paniek. Dan grappend: ‘Ik sta nu bijna op het punt om alles te cancelen, ik haat foto’s!’

l1025645-1020x1533 l1025638-1020x679

BAR 1.0
Na kort tegenstribbelen, een diepe zucht en een schaterlach, maken we die foto’s, en wel op het relatief nieuwe terrein van BAR op de Schiekade – een vaste prik voor veel locals, een thuishonk voor alle residents en medewerkers. Al begon het avontuur veel kleinschaliger, nooit met de ambitie om een club te runnen. Samen met Kris zette ze de eerste BAR op, een café aan de West-Kruiskade. Zowel jongeren als Surinaamse buurtbewoners vonden er een thuis. “Kris en ik ontmoetten elkaar in een hostel waar we werkten. Hij deed de middagshift, ik de nacht. Als hij stopte, zou ik beginnen. Maar vaak zaten we uren te lullen. Nadat we elkaar beter hadden leren kennen, hebben we samen het bedrijf ‘Maatschappij Voor Volksgeluk’ opgezet, waarvan BAR onderdeel is. Voordat we daar mee begonnen hebben we veel feesten gegeven om geld bij elkaar te sprokkelen voor de investering, en om bekendheid te genereren bij het publiek. Daarna hebben we het eerste café aan de West-Kruiskade opgezet. We deden vrijwel alles zelf, waardoor we weinig kosten hadden. We stonden zelf achter de bar en onze vrienden verzorgden de muziek, we hebben nooit een lening hoeven afsluiten.”

Die Rotterdamse geen woorden maar daden instelling vindt weerklank bij Steffers, al groeide ze niet op in de Maasstad. Nadat haar ouders uit elkaar gingen verhuisde haar vader met haar zussen naar Amsterdam, terwijl Steffers met moeders vanuit Hoofddorp richting Zeeland trok. ‘Het was voor mij logisch dat ik in Rotterdam zou gaan studeren, maar het idee was om daarna naar Amsterdam te gaan. Dat is, zoals je ziet, niet gelukt, haha. Ik ging vroeger altijd naar feesten, werkte veel in de horeca, maar na een mislukte studie vroeg mijn zus: ‘Wat wil je nou eigenlijk doen?’ Ik was altijd bezig met muziek en wilde programmeur worden. Kris en ik waren in die periode beide zoekende dus besloten we, hoe cliché, een soort Berlijns café te openen waar ‘s avonds dj’s konden draaien. De passie voor muziek en het ondernemerschap hebben elkaar vanzelf gevonden.”

“Ik vond een club openen doodeng”

Uitgaansdorp
In het café aan de West-Kruiskade kon ze de rol van programmeur enigszins vervullen. Waar de Maasstad in de jaren negentig een broedplaats was voor muziekliefhebbers, zakte de scene enkele jaren daarna flink in. Gevolg? Ontevredenheid bij de doelgroep. Een extra reden voor Steffers en De Leeuw om daar verandering in te brengen met BAR. “We waren heel erg ontevreden over het uitgaansleven in Rotterdam. Als je iets wilt toevoegen, dan moet je het doen hè? We zijn daarom zelf feesten gaan geven, we misten de spontaniteit, het was allemaal zo statisch. Er waren amper clubs, alleen maar cafés die simpelweg uit hun voegen barsten. Er was een hele groep mensen die ontevreden was, dus andere mensen uit de stad gingen hun eigen feesten organiseren. Binnen de elektronische scene gebeurde sowieso heel weinig. We wilden iets dat net even anders was: minder statisch en veel speelser. Bij ons gingen altijd alle stoelen aan de kant, stonden jongens als David Vunk en Otto Kraanen te draaien en was het bloedheet. We hadden letterlijk een dj-set en twee monitor speakers, het geluid sloeg helemaal nergens op. Hele tent uit z’n dak, te veel overlast, moesten we om twee uur weer dicht. Maar het werkte wel, en dat gevoel misten we al die tijd.”

“We wilden iets wat net even anders was, minder statisch en veel speelser”

Maar het vakmanschap begon pas echt vorm te krijgen toen ze de nieuwe locatie in ‘het uitgaansdorp van Rotterdam’ aangeboden kregen, oftewel de Schiekade. “De oude BAR was heel erg klein. Na anderhalf jaar moesten we eruit, maar we kregen direct de vraag of we de locatie op de Schiekade wilden exploiteren. Ik weet nog dat Kris tegen mij zei: “Ik vind alles best, als we maar geen club beginnen!” Weet je dat nog, Kris?’ Steffers draait naar rechts, waar haar compagnon geconcentreerd aan zijn bureau zit en iets mompelt dat op een bevestiging lijkt. “Haha, toen moesten we wel een club openen, want het was te groot voor een café. Uiteindelijk heeft Kris mij zelfs moeten overtuigen, ik vond het echt doodeng. Daar moesten we namelijk ook een ander programma gaan aanbieden, maar het is wel heel organisch gegaan. Ook hier begonnen we met vrienden die kwamen draaien. Later kwam er een zaal bij, dit jaar een kelder, en ja, dan moet je je steeds meer gaan verdiepen. Maar een echte achtergrond in de muziek? Nee, die had ik niet. Doordat ik vroeger veel aanwezig was op evenementen, had ik al een heel groot netwerk opgebouwd. Daar haalde ik mijn voordeel uit.”

l1025661-1020x1510

Dat welbekende uitgaansdorp wordt zo gedefinieerd omdat het de laatste jaren is uitgebreid met de opening van nieuwe locaties. De sluiting van Perron maakte de weg vrij voor de komst van nieuwe clubs als Transport en Annabel, die zich pal naast de achterdeur van BAR bevinden. Concurrentie, is het eerste wat me te binnen schiet, maar in Rotterdam lijken alle creatievelingen samen te werken. Steffers kijkt bedenkelijk en vult mijn denkwijze aan. “Wat je hier in BAR merkt, is dat het voor artiesten een soort clubhuis is. Ja, ik denk dat Rotterdam diecommunity nodig had. Je merkt dat hier ook met alle buren. Bird ziet hier dichtbij, Annabel en Transport zijn om de hoek, wij zitten in het midden. Iedereen werkt goed met elkaar samen en komt bij elkaar over de vloer. Ik denk dat het samenwerken hier als een pré werd gezien, omdat er zo weinig aanbod en publiek was. Je kunt dan beter de handen ineen slaan. Door de komst van nieuwe locaties wordt het aanbod vergroot, dus dan moet je ook met elkaar overleggen. ‘Doe jij dat, dan kan ik misschien beter dit doen’. Ik heb het gevoel dat er nu steeds meer publiek komt, geen idee waar ze vandaan komen. Maar het wordt alleen maar drukker en iedereen krijgt steeds meer zijn eigen plek en publiek in het verhaal. Ik merk zelfs dat er meer mensen uit Amsterdam langskomen, dat is erg gaaf.”

Vic Crezée vs. Dopplereffekt
De nieuwe locatie bracht ook een nieuwe programmering met zich mee, waar Steffers hoofdverantwoordelijk voor is en sinds kort in wordt ondersteund door Sjoerd Post. In de afgelopen jaren kwamen artiesten als Legowelt, Mr. Ties, Young Marco, Jovonn, Optimo, Zanzibar Chanel, Snuff Crew, Acid Arab en DJ Fett Burger al over de vloer, en de laatste en komende maanden kunnen bestempeld worden als veelbelovend. Onder anderen Glenn Astro, Hunee, DJ Haus, Gilb’R, Red Axes, Moscoman, TwICE, Helena Hauff en Lena Willekens staan op de planning. Er lijkt meer lijn in de programmering te komen en meer ruimte voor experimentele elektronische muziek, waarbij opkomende, maar nog vrijwel onbekende artiesten steeds vaker een podium krijgen. Toch valt er een ding op: nog steeds worden hiphop-avonden met bijvoorbeeld Vic Crezée moeiteloos in hetzelfde weekend geprogrammeerd als Dopplereffekt en I-F. Hoe verkoop je dat aan je publiek zonder dat dit elkaar in de weg zit?

“Het werkt het beste als je doet wat je zelf tof vindt, waar je zelf achter staat en waar je vol voor kan gaan”

“Goeie vraag”, lacht Steffers. “We hebben onze donderdag in samenwerking met een externe partij, Chips. Die staat meer voor de hippere avonden zoals met Vic Crezée en Mairo Nawaz, dat soort types. Op donderdag werkt dat ook het best, merken we. Maar ook daar moeten we constant aan trekken zodat het wel een bepaald niveau heeft. De vrijdag zetten we neer wat we tof vinden, vaak wat moeilijker. De zaterdag is een mix van die twee. We proberen het publiek zo wat bij te brengen, al duurde het wel lang voordat iedereen doorhad hoe dat in elkaar stak. Rotterdammers zijn conservatief qua muziek, heel erg moeilijk. Ze willen gewoon hiphop of techno, twee uitersten, en daar komt ook nog eens hetzelfde publiek op af. We hebben tijden gehad waarbij we niet zeker wisten of onze koers daarom zou gaan werken, we moesten echt alles uit de kast trekken. Acties, thema’s, alles. Op een gegeven moment concludeerden we: uiteindelijk werkt het het beste als je doet wat je zelf tof vindt, waar je zelf achter staat en waar je vol voor kan gaan. Als je dat maar blijft herhalen, dan gaan mensen er vanzelf in geloven. Dat gaat nu zijn vruchten afwerpen. Ik merk dat het publiek open staat voor andere genres…meer dan alleen techno.”
l1025736-1020x679Steffers moet lachen. “Dit klinkt heel erg neerbuigend tegenover techno, maar zo bedoel ik het niet. Die eclectische sound waar wij naar streven, wordt steeds meer behapbaar. Neem nou Young Marco. In de eerste of tweede maand van BAR had Patrick (Marsman, red.) hem al geboekt, de eerste keer kwam er geen hond op af.” Dan lichtelijk gefrustreerd. “En als we hem nu boeken, staat die hele fucking tent vol. Je hoeft niets meer te doen. Maar die sound werkt in Amsterdam heel goed. Rotterdammers zijn daarentegen laatbloeiers, het duurt hier altijd een tijd voordat het aanslaat. Nu kent het publiek de sound van BAR en staan ze er ook voor open. Met Acid Arab wisten we bijvoorbeeld niet wat we konden verwachten wat betreft opkomst. Ik kan je vertellen, het stond ramvol. Ik kan er nog steeds geen peil op trekken wat nou wel of niet werkt. De komst van festivals in Rotterdam, initiatieven als Boiler Room en het feit dat dj’s meerdere genres in een set draaien hebben er denk ik wel voor gezorgd dat jonge kids beter op de hoogte zijn van producers en artiesten. Iedereen slikt ook bijna alles qua muziek in BAR, ik geef dit buitenlandse artiesten ook altijd mee. Dit is waarschijnlijk het gevolg van het feit dat we zo divers programmeren.”

Nooit meer naar huis
Ooit gehoord: Steffers rent tijdens clubavonden van hot naar her om zelf alles te regelen. Of dat nodig is? Zeker niet. Of ze dat wil? Honderd procent. Van bijspringen bij de bar tot geld tellen bij de kassa. Steffers gniffelt verlegen als ik haar er op attendeer. “Dat klopt inderdaad. Ik ben onlangs onder dwang van het nachtrooster gehaald, en ben er dus met pijn en moeite een beetje van af aan het stappen. Ik had eerst altijd stand-by diensten. De vrijdag programmeer ik helemaal zelf, dus dan was ik een soort artist handler. Bijspringen bij de bar, financiën regelen, portiers inlichten en als er een gevecht was moest ik het sussen. En tussendoor een beetje feesten, haha. Het is ook eigenwijsheid en perfectionisme en de gedachte dat ik het zelf het beste kan. Heel raar eigenlijk. Maar het zit hem vooral in de details. Eén lamp stond dan net verkeerd, was ik een avond niet geweest, kom ik binnen lopen denk ik: “…Nee!”. Diepe zucht. “Hier zijn sowieso honderd man om weggegaan, dacht ik dan. Maar dat is natuurlijk helemaal niet waar. In de periode dat we nog geen geld hadden voor een technicus, ging ik dat er ook maar bij doen. Ze hebben me daarom nu ‘s nachts uitgeroosterd.” Dan bijdehand. “Maar ik vind mijn eigen taken wel! Het is wel een beetje awkward, sta ik daar dan nu op de dansvloer. Ik probeer maar te negeren wat er qua productiedetails gaande is die avond, maar ik vind het lastig. Als ik een artiest neerzet die ik tof vind, dan ga ik toch niet ergens anders naartoe? En het is gewoon erg gezellig. Uiteindelijk is deze plek uit een soort egoïsme ontstaan: uit het feit dat je ontevreden bent over het nachtleven. We hebben nu een plek gecreëerd waar we zelf graag willen zijn.”

“We hebben nu een plek gecreëerd waar we zelf graag willen zijn”

Maar juist die betrokkenheid als zowel eigenaresse als programmeur zorgt ervoor dat privé en zakelijk dwars door elkaar heen lopen. Een veel voorkomende situatie binnen de dancescene die weleens belicht mag worden. Steffers knikt als ik vraag of ze dat moeilijk vindt. “Ja, ik vind dat soms lastig. Het is een verlengstuk van je persoonlijkheid, werk en privé zijn één geworden. Wat is dan nog werk, en wat is dan nog privé? Je hebt soms van die dagen dat je dus zo awkward bent, ken je die?” Ik moet lachen. “Nou, dan heb je dus totaal geen zin om met mensen te communiceren.” Dan dramatisch. “Sta je dan in die tent, komen mensen naar je toe met hun verhaal en dan moet je een glimlach opzetten. Dan haal ik trucjes uit; dan ga ik bijvoorbeeld in de kelder staan, dan val je minder op. Eigenlijk wil je soms het liefst in je uppie in die club staan, zonder dat mensen je lastig vallen.”

Dan met een glimlach. ”Doordat iedereen weet dat je eigenaresse bent, ben jij degene die de adviezen, het commentaar en de klachten op zich af krijgt. Wat je allemaal verkeerd doet, welke lampen je nou eigenlijk op staat te hangen, welke artiest je moet boeken, en dat je het geluid moet fixen, dat soort dingen. Haha, soms zeg ik wel eens tegen Kris: Ik heb echt geen zin meer om eigenaar te zijn.’ We zijn zo betrokken bij die tent. Maar als ik een keer een avond oversla en bevriende dj’s moeten draaien, zijn ze soms helemaal beledigd omdat ik er niet ben, haha. Uiteindelijk denk ik wel dat het goed is; we kunnen niet altijd de hoofdprijs betalen voor artiesten, maar je kunt ze wel je volledige aandacht en vriendelijkheid bieden. We hebben hier een groot team, dat heel erg met de artiesten bezig is, BAR is echt een familie. Daarom vind en vond ik het altijd leuk om naar Studio 80 te gaan, dat heeft exact hetzelfde gevoel. Ik zie dat nergens anders. In ons team zitten mensen die soms veel, soms minder over elektronische muziek weten. Maar omdat ze erin worden gepleurd moeten ze het ermee doen. Het enthousiasme dat daar uit voortkomt is, tot aan de wc-dames aan toe, fantastisch.”
l1025727-1020x679Stichting Volksgeluk
“Het moet vooral een plek zijn waar alles kan. Dat is naast de avontuurlijke programmering wat BAR maakt. Zolang wij scherp blijven, onszelf blijven vernieuwen, niet constant in hetzelfde denkpatroon blijven en bizarre uitstapjes durven maken, wordt BAR beter en groter.” Het zijn uitspraken die Steffers in 2014 deed toen de opwaartse lijn in de programmering van de Rotterdamse club DJB al opviel. BAR beschikt nu over een nachtclub en een restaurant, die visie is doorgezet. Onlangs kreeg de keuken een metamorfose en het restaurant blijft tegenwoordig de hele avond en nacht open. Ook is Stichting Volksgeluk opgericht, een nieuw project van Steffers en De Leeuw waarbij ze in BAR nachtexposities en theater zullen organiseren. “Naast de club en Maatschappij Voor Volksgeluk hebben we nu een stichting. De extra zaal, die nu als een soort tussenruimte wordt gebruikt, zal worden verbouwd zodat hier ook theater, nachtexposities en performances gedurende de (voor)avond plaats kunnen vinden. Eigenlijk de culturele randprogrammering.”

Die diversiteit en het streven naar het creëren van een plek waar alles onder een dak plaatsvindt, zal zich in de toekomst op nog meer verschillende manieren manifesteren. “De lijn die we nu muzikaal hebben, wil ik doorzetten. Ik wil vasthouden aan de combinaties van een onbekende naam met een wat grotere. Helena Hauff en Lena Willekens, Red Axes en Moscoman en Acid Arab en Mehmet Aslan. Dit vind ik tof, het kan hier. We zijn altijd heel eigenwijs geweest en ik vind het belangrijk dat we vernieuwend blijven. Verder hebben we plannen liggen voor een platenlabel. Ik hoop dat dat gaat lukken. De artiesten die we hebben benaderd willen meedoen, maar hoe we dit precies gaan aanpakken is nog in process.”

Die vrijdag, twee dagen na het interview, begeef ik me richting BAR. Enkele biertjes later zie ik Steffers op de booth staan. Dit keer niet zonder shirt, maar met kippenkluif in de ene hand, twee pratende mensen aan de andere kant. Als we elkaar niet veel later tegenkomen, besluiten we die avond samen op pad te gaan, waarna ik biertje na biertje aangeboden krijg en mezelf betrap op het feit dat ik er om zeven uur ‘s ochtends nog zit. Samen met het gastvrije personeel. Het creëren van een speelse en minder statische omgeving in het nachtleven is BAR maar al te goed gelukt. Het is een plek om verliefd op te worden. Jetti Steffers verovert je hart.